Het is snikheet. Je vindt geen schaduw in de groene vallei waar je bent. Vogels fluiten haast niet meer, de krekels blijven stil en er is geen zuchtje wind. Bewegen durf je niet omdat je het dan nog warmer krijgt. Je snakt naar verkoelend water en dat wordt nog erger als je je realiseert dat er geen water voor handen is. De lucht zindert en trilt grillig. Je lippen worden droog en je voelt de zon branden op je rood gekleurde huid. Je houdt je ogen gesloten en kunt alleen maar wachten op de nacht. De zon staat loodrecht boven je en je weet dat je nog uren moet wachten eer hij ondergaat in het westen. Je zweet veel. Door je wimpers zie je hoe er steeds meer zweetdruppels op je armen komen. Je voelt hoe er kleine beekjes zweet over je lichaam stromen. Je kleding is doorweekt en plakt aan je warme huid. Weer sluit je je ogen en je kunt niet anders dan je overgeven aan deze extreme zomerhitte. Alles verschroeit, verbrandt, verschrompeld en bezwijkt. Ook jij maar je merkt het niet. Voordat je lichaam het heeft opgegeven ben je meegedreven in die ene laatste zweetdruppel die door de porie op je voorhoofd naar buiten vloeide. In die laatste zweetdruppel zit je centrale levensthema van deze zomer. Het gaat over een enorme krachtsinspanning die moet worden geleverd om je te ontworstelen aan je overtuigingen en je ogen moet openen voor wat een diepe drijfveer is. Je bent klein en groot tegelijk in de druppel. Als je naar buiten kijkt zie je wazige schimmen om je heen. Dit zijn de schimmen van je overtuigingen en patronen. Je overlevingsstrategie die je altijd en overal kunt inzetten. Die jou altijd als de grote overwinnaar uit de bus laat komen. Het Ego -Ik als absolute en enige held. Dan zie je hoe deze held wordt aangevallen en keihard op de grond valt. Hoe hij zich bezeerd, hoe het bloed uit de diepe wonden gutst, hoe oude littekens opengereten worden en nog diepere wonden laten zien. Je schreeuwt om te waarschuwen want je ziet dat de vijanden rijen dik staan, klaar om toe te slaan en te vermoorden. De held blijft maar vechten en slaan en schoppen en uithalen naar elke vijand. Bloedend en verzwakt maar met een ongekende moed en strijdlust. Je vindt het een belachelijk tafereel en voelt je volkomen machteloos omdat je niet kunt ingrijpen. Wat is er hier aan de hand? Wie stopt dit zinloze geweld?

Dan verschijnt de planeetgod Mars. Op zijn helm heeft hij een schorpioen. Hij komt naast je zitten en laat de schorpioen van zijn helm afglijden, zijn hand in. Je kijkt en bent bang voor het kleine giftige beestje. Mars houdt de schorpioen recht voor je en je kijkt het dier in de ogen. Het is nog banger dan jij … dan herken jij jezelf in deze schorpioen en zie je hoe het vechten dat je doet je uitput en verzwakt. De schorpioen, dat ben je zelf als je angsten geraakt worden. De giftige staart is je wapenarsenaal dat je altijd paraat hebt omdat je altijd onder aanval staat. Zodra jij je dit realiseert pakt Mars de schorpioen terug en laat ‘m vrij lopen in het droge, hete landschap. ‘Dit is zijn habitat, maar niet de jouwe’, zegt Mars. Je zit nog steeds in de laatste zweetdruppel en je voelt dat er meer gaat gebeuren.
Mercurius poetst aan de buitenkant van de druppel en gebaart dat ie naar binnen wil. Verbaasd laat je de snelle ranke jongeling naar binnen. ‘Zo’, zegt hij, ‘ik ben net terug uit je onderwereld en heb iets voor je meegenomen. Momenteel verblijf ik in het teken Kreeft en werd daar geconfronteerd met hele oude ingesleten patronen die je hebt. Eentje daarvan heb je bijzonder goed weg gestopt in je onderwereld, maar ik vond dat het tijd was om ‘m naar het licht te brengen. Jij hebt natuurlijk geen idee waar ik het over heb. Jij bent het al lang vergeten, wat een beetje wonderlijk is, omdat het zo’n belangrijk grondpatroon is. Het is je programmatie van het Kreeftenstuk in jou. Het gaat over hoe je onbewust aan de verwachtingen van je voorouders en je huidige ouders voldoet. Hoe je netjes het eindproduct bent van wat jij opvoeding noemt. Van veel verwachtingen heb je je al losgemaakt, maar er is er één die als een slapende draak aan je voeten ligt. En die draak wil je niet wakker maken! Dus ben je voorzichtig, ben je niet helemaal open, overdrijf je je emoties om de diepste emotie te verbergen. In de draak huist je angst om alleen te zijn. En dan bedoel ik niet de angst om een paar uurtjes of weken alleen te zijn. Het gaat hier om de angst voor je existentiële eenzaamheid in die lijn van al je voorvaderen. Moederziel alleen zonder enig uitzicht op zorg of liefde van een ander levend wezen.

Herken je dat?’

Je moet er diep van zuchten en je schudt je hoofd. Nee, dat herken je helemaal niet. Je weet immers dat je altijd kunt vertrouwen op de kosmos en op jouw plaats daarin. Dat er altijd wel ergens een engel op jou let, of je nu levend bent of dood. Dat jij verzekert bent van een plaats in je energetische familiaire veld. Mercurius begint te schaterlachen. ‘Dat is een hele mooie theorie! Daar heb je vast heel lang op gestudeerd en gemediteerd! Dat heeft je ongetwijfeld vele zielsontmoetingen en diepe ervaringen opgeleverd. Ja, dan snap ik wel dat je het voor waar aanneemt. Maar toch vond ik dit in jouw onderwereld … ‘ Je merkt dat je geïrriteerd raakt van deze betweter die jou niet serieus neemt. Laat ‘m ophoepelen naar buiten, hup, weg met jou! Maar diep van binnen merk je een klein gevoeletje dat zachtjes piept. Het is je kleinste zelfje die van zich laat horen. Je ervaart het als lastige jeuk waar je niet aan kunt krabben. Mercurius ziet het wel, maar zegt niets. Hij roept Venus erbij die samen met hem in het teken Kreeft verblijft. De mooie ronde vrouw met prachtige extravagante sieraden over haar hele lichaam glijdt je druppel binnen. Ze rinkelt door al haar belletjes aan de vele kettingen. Dat ze lief en zacht is voel je meteen. ‘Wat ontroerend dat ik mag komen om jouw kleine zelfje te ontmoeten. Wat een ontzettend lief schatje is dat, maar wat ziet ze er verwaarloosd uit. Kom, laat me haar schoonlikken en zachte kleertjes aantrekken. Hartje … ’ Venus ontbloot haar borst en begint je kleine zelfje te voeden met hemelse melk. Het wezentje maakt kleine slikgeluidjes en klemt de knuistjes om de vinger van Venus. Je bent aangedaan door dit gebeuren en heel voorzichtig stroomt er een minitraantje uit je linkeroog. Je voelt schaamte over de verwaarlozing omdat je ziet hoe eenzaam dit deel in jou al zo lang is. Hoe het niet verbonden was omdat jij zo diep niet kon gaan. Hoe arrogant je bent geweest door te vertoeven in allerlei interessante concepten bedacht door andere mensen door de eeuwen heen. je realiseert je dat al die andere mensen ook een kleinst zelfje hadden. Waarom hebben ze jou daar nooit iets over verteld? Je schrikt als je je herinnert dat je dit wel degelijk is verteld, dat je dit wel degelijk hebt ervaren en hoe ongemakkelijk jij je daarbij voelde. Hoe je veel liever zwolg in allerlei kleurrijke astrale beelden waar je schitterde in een fantastisch script. De schrik wordt heftiger als je ziet dat je enige held Ik net zo eenzaam is als de kleine zelfje.

Opeens is Mars er weer maar hij ziet er compleet anders uit. Je ziet hoe op zijn rug de vleugels van de adelaar aan het groeien zijn en dat hij zich klaarmaakt om op te stijgen en groots en machtig te gaan cirkelen boven het landschap van je leven. Kleinste zelfje laat een harde boer en valt tevreden in slaap in de armen van Venus. Ze legt een zachte sjaal over het volle lijfje en knikt instemmend. ‘Voor je de vlucht van je leven gaat maken, wil ik graag een belofte van je. Vergeet dit kleinste zelfje niet meer, maar koester haar. Alleen zal ze altijd blijven, maar onopgemerkt niet meer. Voedt haar met al je wijsheid en begrip en probeer haar nooit te veranderen. Ze is eenzaam omdat dit haar bestaansrecht is. Heb geen medelijden maar aanvaard zonder oordeel.’ Dat is een behoorlijke opdracht, vind je. Want je primaire impuls is om dit pijntje te verhelpen met een storm aan nieuwe inzichten. Hier wil je meer over lezen, meer over mediteren met als doel het de baas te worden. Maar precies dat laatste is nu net wat je niet moet doen. Je herinnert je de bloederige beelden van de gevechten en hoe zinloos ze zijn.

 

PATS.

 

De zweetdruppel knapt open en je bent vrij. Het gaat zo snel dat je het nauwelijks beseft. Daar staat Mars met zijn vleugels breed gespannen. Hij is getransformeerd van de angstige schorpioen naar de machtige adelaar. Je kruipt tussen zijn vleugels op zijn brede schouders en houdt je vast aan zijn lange wapperende zwarte haren. Dan stijgen jullie samen op en je voelt hoe de gegenereerde wind je verkoeld. Als je naar beneden kijkt zie je daar je oude ingedroogde lijf liggen als een mummie in de zon. Je nieuwe lijf is jong, sappig en lekker vitaal. Je kunt er weer een leven tegenaan. Kleinste zelfje zit achter het venster van je navel. Als je naast je kijkt zie je de draak die ontwaakt is. Ook hij vliegt met zware slagen door de lucht. Hij wordt bereden door de enige held, jouw Ego- Ik. De draak vliegt naar de noordpoolsterren op weg naar Polaris alwaar hij eeuwig rond zal blijven cirkelen om het allerhoogste punt in onze kosmos. En jij? Je trekt Mars aan zijn haren alsof het teugels zijn. Je leidt hem langs je levenslijn en groet naar iedereen die je bent en bent geweest in je leven. Ze zwaaien uitbundig terug naar je. Dan leidt je Mars naar de ingang van je onderwereld en stapt af. Mercurius staat al op je te wachten. Hij laat je de geheime ingang zien, waardoor je altijd veilig in en uit het rijk van Hades kunt gaan. Maar dat bewaar je voor later. Op je to-do lijstje staat ontspanning en genieten onderaan. Mercurius geeft je een pen en met één streep zet je ze bovenaan.

O zo.