Het verhaal

Het verhaal gaat over de mens die als een marionettenpop aan touwtjes bungelt. Pinocchio wordt weliswaar door zijn schepper Gepetto bevrijdt van de touwtjes maar dit is nog geen garantie voor een vrij en wakker leven.

Zodra Gepetto Pinocchio heeft leren lopen, loopt de laatste naar buiten. Als hij weer thuiskomt, vertelt de Sprekende Krekel dat jongetjes die niet gehoorzaam zijn, veranderen in ezels. Dit zal later in het verhaal ook geschiedden.

De volgende morgen onderweg naar school komt Pinocchio in een grote groep mensen terecht die allemaal naar de voorstelling van het Grote Marionettentheater willen kijken. Hij verkoopt zijn schoolboeken voor een kaartje. De poppen op het podium zien hem en schreeuwen; ‘Dat is onze broeder Pinocchio!” Als er commotie ontstaat in het publiek vanwege het geschreeuw van de poppen, komt Mangiafuoco kijken wat er aan de hand is. Hij pikt Pinocchio eruit en besluit hem te gebruiken als brandhout om zijn lam op te roosteren. Pinocchio smeekt hem, hem te sparen en zo gebeurt. Als Mangiafuoco hoort hoe arm Gepetto is, geeft hij de marionet vijf goudstukken.

Hier zien we hoe P het leven in stapt, dat is als een poppentheater en de reis van de Held is begonnen. Pinocchio maakt allerlei avonturen mee waarin hij kennis maakt met verschillende energieën of levenslessen die hij moet doorgronden en overwinnen. Aanvankelijk gaat het vreselijk verkeerd en manoeuvreert hij zich in situaties die hem meer slecht dan goed doen. Hij wordt meerdere malen misleid door Vos en Kater als het om geld gaat. Na enige tijd doorziet hij deze schurken en komt hij weer terug bij de Goede Fee. Net als hij op het punt staat een ‘echte jongen van vlees en bloed’ te worden, gaat hij overstag en belandt in Speelland waar niemand ooit werkt, maar iedereen speelt. Op een ochtend wordt Pinocchio wakker met ezelsoren en verandert hij langzaamaan helemaal in een ezel. Hij heeft de ultieme en laatste test van de Goede Fee niet doorstaan. De incarnatie in het stof neemt zelfs zijn lichaam over. Er is geen manier meer om de onwetendheid te ontkennen. Juist het hebben van het lichaam van een ezel, zet aan om zich hiervan te bevrijden en de weg naar volmaaktheid te gaan zoeken. De held is hier over zijn dieptepunt heen. Zoals de I Tjing zegt: ‘Iets wat op z’n hoogtepunt is, kan alleen maar omslaan in het tegendeel.’

Wie is wie?

Pinocchio is de mens die incarneert in de stof en vandaar uit excarneert naar het goddelijke. De naam Pinocchio bestaat uit Pin en occhio. Pin komt van Denneboom en occhio betekent oog of gezicht. Pinocchio is dus het oog van de boom die altijd groen is, en wordt al eeuwen gebruikt als symbool van Licht tijdens de winterzonnewende.

Gepetto komt van Giuseppe dat Jozef betekent en bestaat uit de Hebreeuwse letters Yod, Vau, Samech en Peh. De naam Jozef betekent ook ‘ God zal toenemen’. Zoals in zovele verhalen vormen de verschillende personages een eenheid

De Sprekende Krekel is het geweten van de nieuwe mens P die hem ethiek bijbrengt en op het rechte pad wil houden. Deze krekel wordt al snel vermoord omdat de nieuwe mens hem niet wil horen. Later in het verhaal verschijnt de geest van de krekel en spreekt hij alsnog.

De Goede Fee is het hogere zelf van de nieuwste mens. Door in contact met haar te komen, opent zich de weg voor P om een ‘echte jongen van vlees en bloed te worden’. Ofwel; om tot volledige excarnatie te komen.

Vos, Kater en Romeo Kaarsenpit de grote verleiders die P moet overwinnen. Het zijn de levenslessen die geleerd moeten worden. Ze gaan over de gehechtheid aan materie, ofwel, het nog dieper in de stof incarneren dan alleen het lijf. Het onthechten kan alleen als P leert hoe relatief en vergankelijk materie is, en hoe het excarnatie in de weg staat.

De ezel waarin P verandert symboliseert zijn onwetendheid en onvermogen de stof of het ego te berijden. Hij is niet de menner, maar wordt zelfs het dier wat hij zou moeten mennen. 

De directeur Mangiafuoco ( Vuureter) van het poppentheater waar P zich bij aansluit heeft een zwarte baard die tot op de grond reikt, rode ogen en een ‘mond zo groot als een oven en grote, gele hoektanden’. Het beeld en de naam wekken de indruk van de duivel, maar in het verhaal wordt expliciet vermeld dat Mangiafuoco geen slechte man is en dat de naam hem gegeven is.

Het verhaal

Mastro Cherry heeft een stuk dennenhout om een tafelpoot uit te snijden. Zodra hij begint, krijst een stemmetje onophoudelijk: ‘Je doet me pijn!’. Gefrustreerd geeft hij het stuk dennenhout aan Gepetto, een timmerman die houten poppen maakt. Gepetto is een nickname voor Giuseppe, wat Jozef betekent.

Als Pinocchio refereert aan de winterzonnewende en Gepetto aan Jozef, is de link met Jozef en zijn kind Christus snel gelegd.

Zodra Gepetto het hout begint te bewerken, begint de neus van Pinocchio te groeien. Het thema ezel komt later in het verhaal weer terug.

Jezus reed op een Ezel Jerusalem in, Maria reed zwanger van Jezus op een ezel en dit dier komt ook voor in De Gouden Ezel van Apuleius. De ezel wordt gezien als symbool van onschuld, onwetendheid of domheid. Het berijden van de ezel is het onder controle hebben van deze eigenschap, hoewel het bij Jezus spottend werd gebruikt.

Pinocchio doodt de Sprekende Krekel omdat hij de terechtwijzing niet verdraagt. De Sprekende Krekel is het geweten van Pinocchio, en iedereen die in zuidelijke landen is geweest weet hoe deze dieren je uit je slaap kunnen houden zodra de maan aan de hemel staat.

Het Marionettentheater symboliseert natuurlijk dat wat wij ‘leven’ noemen, en suggereert dat wij allen een rol in een theaterstuk spelen, onder leiding van de duivel die geen duivel is.

Onderweg naar huis ontmoet Pinocchio de Vos die doet alsof ie lam is, en de Kater die doet alsof ie blind is. Zij vertellen hem dat als ie de goudstukken plant in het Veld der Wonderen, net buiten de stad Vangdegek, ze zullen uitgroeien tot een boom waar 1000 goudstukken aan groeien. De goedgelovige Pinocchio gaat op weg naar Vangdegek met Kater en Vos. Ze overnachten in de herberg de Rode Kreeft op kosten van Pinocchio. De volgende morgen blijken Vos en Kater te zijn verdwenen, maar ze hebben gemeld dat ze op hem wachten in Vangdegek.

Als Pinocchio onderweg is naar de stad, verschijnt de geest van de Sprekende Krekel, die hem zegt naar huis te gaan en de goudstukken aan zijn vader te geven. Pinocchio negeert hem en reist verder. In het bos proberen Vos en Kater verkleed als bandieten hem te overvallen. Pinocchio verstopt de goudstukken in zijn mond en klimt in een boom. De bandieten steken een vuurtje aan en Pinocchio springt uit de boom. Hij rent er vandoor en komt bij een wit huis. Daar woont de Goede Fee met turquoise haar, zij is de geest van het bos. Terwijl hij met haar spreekt, vangen Vos en Kater hem en hangen zij hem op in een boom. Na een tijdje worden ze moe omdat hij niet stikt en ze vertrekken.

Zijn houten onvolmaaktheid redt hem hier het leven, als het Kwaad hem bedriegt en wil doden.

De Goede Fee vangt hem op en vraagt waar de goudstukken zijn. Terwijl zijn neus groeit, zegt hij dat hij ze kwijt is geraakt. De Goede Fee adopteert hem als haar broer en nodigt Gepetto uit om samen in het bos te komen wonen.

De Goede Fee is zijn Hoger Zelf die hem te hulp komt. Vanaf dit punt, slaat het verhaal om. Pinocchio doet een aantal goede daden, geeft Vos en Kater bij de rechter en wordt zelf gevangen gezet wegens domheid en vervolgens weer vrijgelaten door de keizer van de Stad Vangdegek.

Na omzwervingen ziet hij Gepetto die op zee in een boot zoekt naar zijn zoon en opgeslokt wordt door een verschrikkelijke haai.

De zee is het symbool van de oerwateren waar al het leven vandaan stroomt, zoals te zien is in de constellatie Waterman. Een grote vis is als de baarmoeder waar een transformatie in plaats vindt.

Na nog meer avonturen waarin hij veel leert en steeds minder ‘fout’ doet, ontmoet Pinocchio de Goede Fee weer. Zij werpt zich op als zijn moeder en belooft hem dat als hij het goed doet op school, hij een echte jongen zal worden.

Na weer wat avonturen wordt Pinocchio van de dood gered door een politiehond ( een steviger symbool voor het geweten wat hiermee een maatschappelijk gewaardeerd karakter krijgt) nadat hij opgevist is door een visser.

Het thema visser zien we vaak terug in mythen. De zielen worden door de visser opgevist uit de oerzee.

Pinocchio doet het goed op school en staat op het punt om een echte jongen te worden. De Goede Fee zegt hem dat hij al z’n vriendjes uit mag nodigen voor het feest. Zover komt het echter niet. Samen met Romeo met bijnaam kaarsenpit omdat hij zo dun is, komt hij terecht in Speelland. Hier speelt iedereen en werkt niemand. Samen hebben ze een geweldige tijd totdat Pinocchio op een morgen wakker wordt met ezelsoren. Langzaamaan verandert hij helemaal in een ezel en wordt verkocht aan het circus.

Hier krijgt Pinocchio de ultieme test, en slaagt daar niet voor. Hij valt terug in een slapend of dierlijk bewustzijn. Zijn uiterlijk verraad zijn falen.

De circusdirecteur verkoopt hem aan een man die Pinocchio als ezel in zee werpt om hem te verdrinken en vist hem op als een levende houten jongen. Een vis heeft zijn ezelshuid eraf gegeten.

Pinocchio gaat weer terug het water in en wordt opgeslokt door de enorme haai Monstro. Binnenin Monstro ontmoet hij een tonijn die hem verteld dat ze moeten wachten tot ze verteerd zijn. Dan ziet Pinocchio ver weg een licht dat hij gaat volgen. Het leidt hem naar Gepetto die ook in de haai leeft. Ze vinden een manier om te ontsnappen waarbij Pinocchio probeert Gepetto te redden tijdens de lange zwemtocht naar de kust. Uiteindelijk brengt de tonijn hen aan wal.

Aan land ontmoetten ze Vos en Kater die nu werkelijk blind en lam zijn, en Pinocchio zegt hen dat slechte daden slechte consequenties hebben.

Ze komen bij een klein huis waar de Sprekende Krekel woont die hen onderdak geeft. Pinocchio gaat voor een boer werken en ziet daar een stervende ezel. Het is Kaarsenpit Romeo en Pinocchio is verdrietig. De boer snapt er niets van als hij het uitlegt. Pinocchio werkt maandenlang bij de boer tot hij genoeg geld heeft om voor Gepetto een nieuwe jas te kopen. Hij verneemt dat de Goede Fee ziek is en geld nodig heeft. Hij geeft geld aan de boodschapper ( een slak die eerder in het verhaal voorkomt) en vraagt hem dat aan de Goede Fee te brengen.

Die nacht krijgt hij bezoek van de Goede Fee die hem kust.

De kus is vaak het symbool van ontwaken uit een droom of illusie. Zoals alle meisjes weten die keer op keer naar Sneeuwwitje hebben gekeken.

Als Pinocchio wakker wordt is hij een echte jongen ( eindelijk!! Verzucht mijn kinderhart…). Er liggen nieuwe kleren en schoenen op de vloer en het geld wat hij aan de slak had meegegeven voor de Goede Fee. De geldstukken veranderen in goud. De jongen is onder de indruk en verzoend met Gepetto die weer gezond is en kan gaan houtsnijden.

In het laatste deel van dit verhaal komen alle figuren, energieën, langs die Pinocchio iets hebben geleerd. Hij laat zien dat hij de lessen heeft geleerd en ziet dat hij zelf in actie moet komen teneinde te ontwikkelen tot een echt mens van vlees en bloed. Als hij voor de 2e test van de Goede Fee slaagt, krijgt hij zijn inwijding en ontwaakt als mens.